Iridium
    Je lijkt een browser te gebruiken die niet wordt ondersteund

    Verouderde browsers kunnen je computer blootstellen aan veiligheidsrisico's. Om onze site optimaal te kunnen gebruiken, moet je upgraden naar een nieuwere browser.

    Overzicht onderzoeker-geïnitieerde studies Iridium Netwerk

    1. A phase I dose-escalation trial of stereotactic ablative body radiotherapy (SABR) for non-spine bone & lymph node oligometastases (DESTROY - CTOR17007GZA)

    Meer en meer groeit het inzicht dat patiënten met slechts een beperkt (1-5) aantal uitzaaiingen op afstand (zgn. metastasen), baat kunnen hebben bij een agressieve, lokale behandeling van deze uitzaaiingen. Dit noemt men metastase-gerichte therapie (metastasis-directed therapy of MTD) in een zgn. “oligometastatische” of beperkt uitgezaaide setting. Deze gerichte lokale therapie kan bestaan uit heelkunde (metastasectomie) en/of radiotherapie. De radiotherapie wordt dan meestal toegediend d.m.v. SABR, d.w.z. stereotactische, ablatieve radiotherapie. SABR is een overkoepelende benaming voor hoge-precisie (“stereotactisch”), hoge-dosis (“ablatief”) bestraling waarbij optimaal gebruik gemaakt wordt van moderne beeldvorming- en bestralingstechnieken zodat een zeer nauw aansluitende dosis rondom het doelvolume kan worden toegediend met minimale toxiciteit naar de omliggende gezonde weefsels. Hierdoor is SABR erg doeltreffend, zonder veel nevenwerkingen.

    Er is echter nog veel onduidelijkheid over de ideale dosis en fractionatie van SABR in de oligometastatische setting. SABR wordt meestal toegediend in 5 fracties van 6 à 7 Gy, 3 fracties van 8 à 10 Gy of 1 fractie van 20 Gy. Sommige preklinische gegevens suggereren dat met 5 of 3 fracties een sterkere immuunrespons wordt uitgelokt door de bestralingen, wat evt. zelfs een uitwerking op afstand (zgn. “abscopaal” effect) zou kunnen uitlokken. Andere studies lijken er dan weer op te wijzen dat een eenmalige bestraling tot hoge dosis bijkomende lokale effecten (o.a. op de bevloeiing van de tumor) kunnen veroorzaken die de bestraling extra doeltreffend maken. Er is momenteel geen enkele klinische studie die de verschillende schema’s vergelijkt.

    Om die reden werd in juli 2017 gestart met de DESTROY-studie. Op anderhalf jaar tijd werden 90 patiënten met oligometastasen bestraald: de eerste 30 met 5 fracties, de volgende 30 met 3 fracties en de laatste 30 met 1 fractie. Hierdoor werd erg veel ervaring ingewonnen rond stereotactische bestralingen op moeilijke plekken (delicate botmetastasen, abdominale lymfeknopen tussen darmen e.d.). Het doel van de studie was om de verschillen in nevenwerkingen alsook doeltreffendheid van de verschillende schema’s na te gaan. Bovendien werd bij de laatste 2 groepen (3x vs. 1x bestraling) ook bloed verzameld voor, tijdens en na de bestralingen om zicht te krijgen op de (verschillen in) immuunrespons. 

    Het studieprotocol werd reeds gepubliceerd in het Europese tijdschrift voor radiotherapie. De studie zelf werd in december 2018 afgerond en eerste (preliminaire) gegevens werden voorgesteld op het Europese radiotherapie (ESTRO) congres in april 2019.

    2. A phase II randomized, open-label study comparing salvage radiotherapy in combination with 6 months of androgen-deprivation therapy (ADT) with LHRH agonist or antagonist versus anti-androgen therapy (AAT) with apalutamide in patients with biochemical progression after radical prostatectomy (SAVE - CTOR18001GZA)

    Prostaatkanker kan behandeld worden door heelkunde (radicale prostatectomie) of radiotherapie. Meestal hangt de keuze van therapie af van de leeftijd en algemene toestand van de patiënt, waarbij patiënten onder de 70 jaar meestal geopereerd worden. Echter, ruim één derde van de geopereerde patiënten zal een PSA (prostaat-specifiek antigen, een prostaatkanker merker in het bloed) stijging vertonen na de radicale prostatectomie, dit noemt men biochemisch recidief. In dat geval is de enige therapeutische optie een lokale bestraling van het bekken, dit noemt men “salvage” radiotherapie, in de hoop achtergebleven kankercellen (verantwoordelijk voor de PSA-stijging) uit te roeien. Deze salvage therapie is doeltreffend bij +/- 60% van de patiënten met een biochemisch recidief. 

    Recent heeft prospectief onderzoek (o.a. de Franse GETUG-16 studie) aangetoond dat door de salvage radiotherapie te combineren met 6 maanden “chemische castratie” een bijkomende winst van ongeveer 10% kan bereikt worden (m.a.w. een genezingskans van +/- 70%). Echter, een chemische castratie (waarbij het circulerend mannelijk hormoon, testosteron, nagenoeg op 0 valt) heeft belangrijke nevenwerkingen, zowel psychisch (libidoverlies, vermoeidheid, futloosheid, depressie) als fysisch (erectiestoornissen, gewichtstoename, verlies aan spiermassa, ontregelde suiker, tot zelfs cardiovasculaire toxiciteit). Aangezien het hier vaak relatief jonge mannen betreft (50 à 60 jaar) die nog seksueel en professioneel actief (willen) zijn, worden deze nevenwerkingen als erg hinderlijk ervaren. Ander onderzoek suggereert dat antiandrogeen therapie een volwaardig alternatief zou kunnen zijn. Deze klasse geneesmiddelen werkt rechtstreeks in op de prostaatkankercellen via de receptor (“antenne”) voor het mannelijk hormoon, maar doet de concentratie van het mannelijk hormoon in het bloed dus niet dalen. Hierdoor blijven de patiënten dus bespaard van de systemische nevenwerkingen van chemische castratie. De Amerikaanse RTOG 96-01 studie toonde aan dat door de salvage radiotherapie te combineren met 2 jaar bicalutamide (een ouder antiandrogeen) men eveneens een 10% winst kon boeken. 

    Apalutamide is een nieuwer-generatie antiandrogeen, dat vele malen krachtiger is dan bicalutamide. Het is reeds zeer doeltreffend en veilig gebleken voor patiënten met niet-metastatisch castratie-refractair prostaatkanker (m0CRPC). Het doel van de SAVE studie is om de klassieke chemische castratie gedurende 6 maanden (standaard arm A) te vergelijken met apalutamide (interventionele arm B) in combinatie met salvage radiotherapie. Er zal in eerste instantie gekeken worden naar een kwaliteit van leven eindpunt (met name seksuele kwaliteit van leven), maar ook toxiciteit en doeltreffendheid (met name PSA-respons) worden vergeleken. Deze studie werd recent opgestart, het protocol werd op het Europese congres voor medische oncologie (ESMO) in september 2019 voorgesteld.

    3. A phase III randomized-controlled, single-blind trial to improve quality of life with stereotactic body radiotherapy for patients with painful bone metastases (ROBOMET - CTOR18072GZA - CTOR18067GZA)

    Momenteel bestaat de standaard bestralingsbehandeling voor pijnlijke botuitzaaiingen uit één eenmalige fractie van 8.0 Gy. Hiermee kan een algemene pijnrespons (duidelijke vermindering van de pijn, afbouwen of stoppen van de pijnmedicatie) bij ongeveer 60% en een complete pijnrespons (volledig pijnvrij zonder toename van de pijnmedicatie) bij ongeveer 20 à 25% van de patiënten worden verwacht. Bovendien is er bij zo’n 20% van de patiënten vroeg of laat nood aan her-bestraling op hetzelfde letsel omdat de pijn onvoldoende onder controle blijft.    Meestal gebeurt een dergelijke behandeling door middel van relatief ouderwetse maar zeer betrouwbare bestralingstechnieken die de pijnlijke uitzaaiing ruim omvatten. Hierdoor hebben deze patiënten toch vaak belangrijke nevenwerkingen van de bestraling (misselijkheid, overgeven, diarree, …) en dit tijdens de laatste weken of maanden van hun leven. 

    Het doel van de ROBOMET-studie is om door middel van moderne, innovatieve radiotherapie de (complete) pijnrespons te verdubbelen en tegelijkertijd de nevenwerkingen te verminderen. Hiervoor zal de zgn. “stereotactische” radiotherapie (zie hoger) gebruikt worden, waarbij enkel het doelvolume met een zeer beperkte veiligheidsmarge errond zeer nauwkeurig bestraald wordt tot hogere dosis, nl. 20.0 Gy. Deze belangrijke dosisescalatie (van 8.0 naar 20.0 Gy, meer dan een verdubbeling) werd recent mogelijk gemaakt door de ontwikkeling van beeldvorming-gestuurde radiotherapie waarbij elke bestraling gecontroleerd wordt door middel van een ‘cone-beam’ CT, een soort “mini-scan” op het bestralingstoestel. We verwachten door deze hogere bestralingsdosis een significant betere pijnrespons te bekomen. Bovendien denken we door de veel preciezere bestraling beduidend minder nevenwerkingen te veroorzaken. Gezien de hogere kost van SBRT wordt deze behandelingswijze voorlopig beperkt tot vnl. curatieve indicaties. Het is onze overtuiging dat ook palliatieve patiënten recht hebben op de best mogelijke zorg.

    Ook deze studie werd recent opgestart, dankzij de steun van Kom op tegen Kanker.

    4. Oncological outcome and cosmesis after intraoperative partial breast irradiation in early-stage breast cancer patients/as a boost in breast cancer patients: an observational study (CTOR18067GZA – CTOR18068GZA)

    De voordelen van intra-operatieve radiotherapie met electronen (IOERT) als ‘boost’ gedurende borstsparende heelkunde zijn de volgende: het tumorbed is zichtbaar tijdens de bestraling; Er is een verminderde bestraling van de huid en er is het gemak voor de patiënt.

    Deze studie onderzoekt de oncologische resultaten van deze modaliteit van bestraling, de complicaties en de mammografische veranderingen tijdens opvolging van vrouwen behandeld met IOERT na borstsparende heelkunde voor een vroegtijdig borstcarcinoom in Iridium. 

    5. Prospective explorative phase 0 study for T-cell immunophenotyping during and immediately following stereotactic ablative radiotherapy (EXPLORE - CTOR17007GZA)

    Het doel van deze studie is om na te gaan welk effect stereotactische radiotherapie heeft op het perifeer immunoom (of de samenstelling van de verzameling circulerende immuuncellen in het lichaam). Hiertoe wordt voor en op verschillende tijdstippen na de bestraling een bloedmonsters middels flowcytometrie onderzocht en wordt zo de relatieve hoeveelheid van de belangrijkste immuuncellen bepaald. Indien lokaal toegediende radiotherapie de antitumor-immuniteit zou activeren, zou dat een gunstig therapeutisch effect kunnen hebben op ziekte op andere plaatsen in het lichaam. 


    Overview of researcher-initiated studies of the Iridium Network

    1. A phase I dose-escalation trial of stereotactic ablative body radiotherapy (SABR) for non-spine bone & lymph node oligometastases (DESTROY - CTOR17007GZA)

    There is a growing awareness that patients with only a limited (1-5) number of remote metastases can benefit from aggressive local treatment of the metastases. This is called metastasis-directed therapy (MDT) in a so-called “oligometastatic” setting, where there are a small number of metastases. This locally targeted therapy may consist of surgery (metastasectomy) and/or radiotherapy. When radiotherapy is administered this usually takes the form of SABR, which stands for stereotactic ablative radiotherapy. The term SABR refers to high-precision (“stereotactic”), high-dose (“ablative”) radiotherapy that makes full use of modern imaging and irradiation techniques, allowing a very carefully defined dose to be delivered around the target volume with minimal toxicity to surrounding healthy tissues. As a result SABR is very effective and has few side-effects.

    There is still considerable uncertainty, however, about the ideal dose and fractionation of SABR in the oligometastatic setting. SABR is usually administered in five fractions of 6 to 7 Gy, three fractions of 8 to 10 Gy or one fraction of 20 Gy. Some preclinical data suggest that a stronger immune response is elicited by radiotherapy with five or three fractions, which may even give rise to a remote effect (known as an “abscopal” effect). Other studies seem to indicate that a single radiotherapy treatment at a high dose can cause additional local effects (e.g. on the blood supply to the tumour), making the radiotherapy more effective. There have not yet been any clinical trials to compare the various regimens.

    The DESTROY trial was therefore started up in July 2017. Ninety patients with oligometastases were treated with radiotherapy over an eighteen month period: the first 30 received five fractions, the next 30 received three fractions and the final 30 received one fraction. Extensive experience was gained through this process in administering stereotactic radiotherapy to difficult sites (delicate bone metastases, abdominal lymph nodes between intestines etc.). The purpose of the study was to ascertain the differences in side-effects and also in efficacy between the different regimens. For the last two groups (3x vs 1x radiotherapy) blood samples were additionally taken before, during and after radiotherapy to obtain information about (differences in) the immune response. 

    The trial protocol has already been published in the European Journal of Radiotherapy. The trial itself was completed in December 2018 and the first (preliminary) data were presented at the European radiotherapy (ESTRO) conference in April 2019.

    2. A phase II randomized, open-label study comparing salvage radiotherapy in combination with 6 months of androgen-deprivation therapy (ADT) with LHRH agonist or antagonist versus anti-androgen therapy (AAT) with apalutamide in patients with biochemical progression after radical prostatectomy (SAVE - CTOR18001GZA)

    Prostate cancer can be treated with surgery (radical prostatectomy) or radiotherapy. The choice of treatment usually depends on the patient’s age and general fitness, with patients under 70 years of age usually undergoing surgery. More than a third of the patients who are treated surgically will show a rise in PSA (prostate-specific antigen, a prostate cancer marker in blood) after radical prostatectomy, which is known as biochemical recurrence. In this case the only treatment option is local radiotherapy to the pelvis, known as “salvage” radiotherapy, in the hope of eliminating the cancer cells that have been left behind (and which are responsible for the rise in PSA). This salvage therapy is effective in about +/- 60% of patients with biochemical recurrence. 

    Recent prospective studies (including the GETUG-16 study in France) have demonstrated that combining salvage radiotherapy with six months of “chemical castration” yields an additional benefit of about 10% (in other words a +/- 70% chance of a cure). Chemical castration, however (which causes circulating male hormone testosterone to fall virtually to zero) has significant side-effects, both psychological (loss of libido, tiredness, listlessness, depression) and physical (erectile dysfunction, weight gain, loss of muscle mass, uncontrolled glucose levels and even cardiovascular toxicity). Since these are often relatively young men (aged 50 to 60 years) who still are (or wish to be) both sexually active and working, these side-effects are often experienced as very problematic. Other studies suggest that anti-androgen therapy could be a valid alternative. This class of drugs act directly on prostate cancer cells via the receptor (“antenna”) that detects the male hormone, but this does not cause the concentration of male hormone in the blood to fall. As a result patients can be spared the systemic side-effects of chemical castration. The RTOG 96-01 study in the USA showed that combining salvage radiotherapy with two years of bicalutamide (an older anti-androgen) yielded an additional benefit of 10%. 

    Apalutamide is a new generation anti-androgen which is many times more powerful than bicalutamide. It has already been found to be very effective and safe for patients with non-metastatic castration-refractory prostate cancer (m0CRPC). The aim of the SAVE study is to compare standard chemical castration for six months (standard arm A) with apalutamide (interventional arm B) in combination with salvage radiotherapy. Initially the study will look at a quality of life outcome measure (specifically sexual quality of life) but toxicity and efficacy (particularly PSA response) are also compared. This study started recently and the protocol was presented at the European medical oncology (ESMO) conference in September 2019.

    3. A phase III randomized-controlled, single-blind trial to improve quality of life with stereotactic body radiotherapy for patients with painful bone metastases (ROBOMET - CTOR18072GZA - CTOR18067GZA)

    The standard radiotherapy treatment for painful bone metastases is currently a single fraction of 8.0 Gy. As a result a general pain response (clear reduction in pain, pain medication reduced or stopped) can be expected in about 60% of patients, with a complete pain response (completely pain free with no increase in pain medication) in about 20% to 25%. In addition, about 20% of patients will eventually require radiotherapy to the same lesion again because the pain is not sufficiently controlled. This treatment is usually given using relatively old-fashioned but very reliable radiotherapy techniques that encompass the painful metastasis with a wide margin. As a result, these patients do often experience significant side-effects from the radiotherapy (nausea, vomiting, diarrhoea etc.), and these occur during the last few weeks or months of the patient’s life. 

    The aim of the ROBOMET study is to use modern, innovative radiotherapy to double the (complete) pain response while simultaneously reducing side-effects. The technique used for this is “stereotactic” radiotherapy (see above), which involves very precisely irradiating the target volume only with a very limited safety margin around it, at a higher dose of 20.0. This significant dose escalation (from 8.0 to 20.0 Gy, which is more than double) has recently been made possible by the development of imaging-controlled radiotherapy, in which each dose of radiotherapy is controlled by a ‘cone-beam’ CT, a kind of “mini-scanner” on the radiotherapy machine. We expect to achieve a significantly better pain response using this higher dose of radiation. We also expect the much more precisely targeted radiotherapy to cause significantly fewer side-effects. Due to the higher cost of SBRT, this type of treatment is mainly restricted to curative indications at present. We are convinced that palliative patients are also entitled to receive the best possible care.

    This study was also set up recently, thanks to support from Kom op tegen Kanker (Stand up Against Cancer).  

    4. Oncological outcome and cosmesis after intraoperative partial breast irradiation in early-stage breast cancer patients/as a boost in breast cancer patients: an observational study (CTOR18067GZA – CTOR18068GZA)

    The advantages of intraoperative electron radiotherapy (IOERT) as a ‘boost’ during breast-sparing surgery are as follows: the tumour bed is visible when administering radiotherapy; there is reduced irradiation of the skin and it is convenient for the patient.

    This study is researching the oncological results of this form of radiotherapy and the complications and mammographic changes seen during follow-up of women treated with IOERT after breast-sparing surgery for early breast carcinoma at Iridium.

    5. Prospective explorative phase 0 study for T-cell immunophenotyping during and immediately following stereotactic ablative radiotherapy (EXPLORE - CTOR17007GZA)

    The aim of this study is to ascertain the effects of stereotactic radiotherapy on the peripheral immunome (the composition of all the circulating immune cells in the body) To do this, blood samples are tested using flow cytometry before and at various intervals after radiotherapy, to determine the relative quantities of the key immune cells. If locally administered radiotherapy activates anti-tumour immunity, this could have a beneficial therapeutic effect on disease at other sites in the body. 

    • Iridium Netwerk vzw • Oosterveldlaan 22 • 2610 Antwerpen • BE 0885.546.553 RPR Antwerpen • +32 3 443 37 37 • secretariaat@iridiumnetwerk.be • www.iridiumnetwerk.be
      AZ Klina • AZ Monica • AZ Nikolaas • AZ Rivierenland • AZ Voorkempen • GZA Ziekenhuizen • UZA • ZNA

    • Disclaimer
    • Cookies
    • Privacy